Uitverkoop in Europa

De Franse president Sarkozy was vorige week tijdens een vraaggesprek op de Franse televisie de derde grote Europese leider in korte tijd die het multiculturele project afviel. Het concept heeft gefaald, zei hij. Binnen een samenleving kunnen volgens Sarkozy verschillende gemeenschappen niet naast elkaar bestaan. “Als je je vestigt in Frankrijk, accepteer je dat je opgaat in één enkele gemeenschap, en dat is de nationale gemeenschap.” In omgekeerde richting wil Sarkozy: van de zwaar bevochten Gesellschaft terug naar de ‘natuurlijke’  Gemeinschaft. Continue reading

Manke stadsvriend

Waar zijn al je woorden gebleven, manke stadsvriend? Opnieuw leren denken, opnieuw leren formuleren. Uit het slijk van trage dagen treden om weer tot leven te komen, om weer te proeven van de dag. Zonder zelfbeklag, ai, maar dat is lastig, zelfs voor iemand met zo’n dikke huid als die van jou, manke stadsvriend. En zonder gemeenplaatsen, ai, een welhaast onmogelijke taak m’n waarde. Simpele taken kunnen zo zwaar wegen, ach, arm kind, aan de grillen van het duister overgeleverd, zwalkend tussen de afgrond van gelatenheid en oplichtende oplevingen.

Vastgeklonken aan de stad. Zoveel gebeurtenissen dat niets meer opvalt. Gebeurtenisseninflatie. Kijk maar uit je raam, je zult het zien. Een brij van hopeloos voortploeterende mensen, arme mensen, spuwend op het medelijden dat ze wordt toegeschoven uit duistere hoeken, en toch tevreden met de korsten brood die volgen. Je ziet hun haat en hun geluk, het volgt elkaar te snel op, en jij, manke stadsvriend, je ziet het aan, en je wenste dat je, al was het maar voor een dag, weer die haat en dat geluk kon voelen, zo onbevangen. Om, al was het maar voor een dag, je werkelijk zo met iets verbonden te voelen dat de gevoelens vanzelf kwamen, oncontroleerbaar, om te schuimbekken, om een traan te laten…

Nee!

Stop daar onmiddelijk mee! Sentimentele zak. Sentimentaliteit, dat is als je ergens niets om geeft, om het dan toch te doen voorkomen dat het je zeer aan het hart gaat. Het is ook wel dat je eigenlijk uitgeblust bent, maar dat je dan toch nog terugverlangt naar allerlei gevoelens en sensaties, en dat je dan eigenlijk heel pathetisch overkomt. Of ook wel dat je over dingen praat op zo’n rtl4 manier. Maar daar ben je nog veel te jong voor. Daarom sommeer ik je om daar onmiddelijk mee te stoppen. Als je zo’n bikkelharde, strenge jaren vijftig vader had gehad, dan had hij je nu een zwakkeling genoemd. En dan was je heel boos geworden, omdat je wist dat hij ondanks de onredelijkheid van zijn woorden gelijk had. Wat het natuurlijk alleen maar erger maakt. Er is bijna niets frustrerender dan boos zijn op iemand die gelijk heeft. Want toegeven kan niet.

Trek je broek op, je handen aan je mond, en hef een gezang aan om de geesten te bezweren, als een sjamaan, een duivelsuitdrijver, hef een gezang aan dat met kristallen scherpte demonen splijt, een gezang dat wolken doet vluchten en licht doet regenen, laat opnieuw een zon je pad belichten en negeer de religieuze associaties, het waren de religies immers die onze metaforen stalen, we nemen ze slechts terug uit de handen van de godsvruchtigen, deze beelden komen ons toe, dus werp af je schroom en hef aan je gezang… het komt ons toe.

Klein rationeel sterfelijk mens

Wat hebben die oude Duitsers ons nog te zeggen? Vragen of Dialektik der Aufklärung nog relevant is in onze tijd, is vragen of deproblemen die in het boek door de twee bannelingen aan de orde wordengesteld zijn ‘opgelost’. Dit staat mijns inziens los van een eventuele instemming met de manier waarop Horkheimer en Adorno de moderne wereld analyseren; een waarheid wordt in het werk namelijk niet verkondigd, althans geen waarheid in traditionele zin. Er is wel een waarheid, natuurlijk, maar die wordt niet uitgesproken. Er wordt omheen gedraaid, er wordt steeds verwezen naar een plek waar de waarheid ‘huist’, maar het wordt nooit benoemd. Zodra het een naam krijgt, treed het verval in. Vandaar ook bijvoorbeeld het verbod binnen het Joodse geloof op het uitspreken van de naam van God: “In the Jewish religion (…) the link between name and essence is still acknowledged in the prohibition on uttering the name of God”.[1] In het Herbreeuws, de taal van de Joodse religie, is de naam van iets ook gelijk de essentie, terwijl bij de meeste andere talen de relatie tussen naam en object op louter conventie berust. De auteurs lijken in de passages aan het begin van het boek een lans te breken voor een herwaardering van deze ‘naamloosheid’ van het ware. Taal is het vangnet waar het absolute in verstrikt raakt, en waar het schadeloos gesteld wordt. In de handen van de taal sterft de essentie van dat wat het poogt te beschrijven: de “link between name and essence” is fragiel, zeer fragiel.

Maar zoals Terry Eagleton schrijft in een hoofdstuk over Adorno: “It would be a grim prospect if the concept of liberty or equality really was identical with the poor travesty of it we observe around us”.[2] Het concept vrijheid is dus nooit identitiek aan enige verwerkelijking ervan, maar het concept nodigt ons wel uit om te streven naar de verwerkelijking ervan. ‘Vrijheid’ staat ons dan als ideaalbeeld voor ogen, en onze taak is het die vrijheid tot volle wasdom te laten komen. Continue reading