Category Archives: Filosofie

Het beest en de markt

Een essay van mij voor een filosofiemodule uit 2011, klein beetje aangepast.

—————————————————————————–

We leven in en op een markt. We kunnen haast nergens kijken zonder dat we er op attent worden gemaakt dat er iets is dat we hebben gekocht, of dat we iets moeten kopen, al gaat dat meestal onbewust. Alle spullen waar we ons mee omringen, de plek waar we die spullen bewaren, het eten waarmee we onszelf in leven houden, de cultuur waarmee we ons leven verrijken: alles heeft op zijn eigen wijze betrekking op een enorm, voor normale stervelingen onvatbaar geheel van structuren dat je, met enige goede wil en de nodige simplificatie, ‘markt’ zou kunnen noemen.

Ons leven berust in zeer grote mate op miljoenen vreemdelingen, die we impliciet vertrouwen, zonder wie het leven dat we nu leiden onmogelijk zou zijn[1]. De handel in en de productie van goederen en diensten vormen het paradigma dat wij ons de afgelopen eeuwen eigen hebben gemaakt. De omgang met de wereld om ons heen is voor de meesten een eindeloze bevestiging van dit paradigma in al z’n verschijningsvormen.

Wat zijn de morele implicaties van dit gegeven? In hoeverre worden de mens en de samenleving waarbinnen deze mens functioneert door het ‘marktdenken’ (laten we het maar even zo noemen) beïnvloed? Continue reading

Een onheroïsch samenzijn

Pas als de verering in al haar verschijningsvormen is overwonnen kunnen we nieuwe, betere mensen worden. Maar je hoeft natuurlijk niet per se op de rest te wachten.

Helden hebben we altijd gehad, vanaf de vroegste tijd. Altijd al was er in de mens een fascinatie voor succes, voor grootse daden. En met de grootse daad ontstond het voetstuk: de held werd erop gehesen, neergezet als lichtend en stichtend voorbeeld. Grote jagers, sluwe krijgers en monumentale leiders. En toen het mythologische, religieuze wereldbeeld verscheen, verscheen naast de goden meteen de heilige. Voor veroveraars schoten standbeelden uit de grond. Zelfs atleten werden in het oude Griekenland al door dichters bezongen. Die dichter, de kunstenaar, werd later zelf weer onderwerp van verering.

Maar de kunstenaar heeft inmiddels plaats moeten maken voor de beroemdheid – en de afgelopen vijftig jaar heeft de verering van beroemdheden groteske vormen aangenomen. In het vredige en welvarende Westen van na de Tweede Wereldoorlog is de publieke aandacht voor de entertainer een obsessie geworden. Tegelijk werd vrijwel alles entertainment. Continue reading

I was joking, but I turned out to be serious (rhetorics)

Het was maar een grap, een antwoord op het sarcasme van een facebookvriend. Maar ik bleef typen, de nacht verwelkomde mijn woorden, en voor ik het wist probeerde ik dwars door het opgeblazen taalgebruik heen een punt te maken. Langzamerhand ontstond een argument – ondanks mezelf, in feite. In het Engels zelfs. Maar misschien  dat ik daarom door bleef schrijven: de afstand bleef, de spot bleef in stand met de taal. Ik was het niet. Het was een formaliteit die ik draaide en kneedde tot het mijn eigendom werd, mijn werk:

Avond (zie hier een nietszeggende flard, een blik op het niets, vanuit het niets, maar grond voor gedachten niettemin)

Leo Purger Thats a really cool video bas, i like it x

3 uur geleden via mobiel · Vind ik leuk

Bas Punkt Thanks Leo. It’s an existentialist piece that deals with nihilism concieved as a civil concept. In this film, different approaches to contemporary youthful apathy are confronted with the thesis that society as a whole is always dependent on the human essence as such. Bypassing Foucault’s notion of episteme, this work reaches out to a postmodernist public that is weary of narrative and meaning, instead providing for a fragmented vision of the urban landscape, which can be used, re-used and reconfigured according to the needs of an ever-expanding social consciousness – a consciousness that refuses to acknowledge its own existence, but which inscribes in us a reality that cannot be ignored.

ongeveer een uur geleden · Vind ik leuk · 3

(Hier zijn woorden en concepten betekenisloos, in de zin dat er geen denken aan vooraf ging. Geen overtuiging, slechts de vorm van een academisch betoog. Maar mensen praten wel degelijk op deze manier.)

Continue reading

CONVERSATIE – van een afstand gezien

B-Ik haat nationalisten.

T-Ik ook!

B-Een stelletje geitenbreiers is het toch.

T-Matennaaiers! Verraders!

B-Limbo’s? Bedoel je dat?

T-Veelal Limbo’s ja. Niet allemaal hoor. Veel.

B-Lokalo’s! Provincialen! Valse hechting!

T-Limburg als symptoom en als ultieme zondebok. Kent u de uitdrukking: in limbo zijn? Ik denk niet dat ze het vagevuur overleven.

B-Hoewel de hemel natuurlijk ook een grote ramp is…

T-Alleen jammer dat regio’s geen naties zijn. Toch komt het op hetzelfde neer.

B-…het goede vanuit lokaal oogpunt: een eeuwigdurend dan-heb-ik-zoiets-van-best-heel-goed-dat-wij-zijn-wie-we-zijn-gevoel. Kampioenen!

T-…alles is verantwoord, alles heeft diepgang en een doel. En op den duur komt dat zweven je echt mijlenver je keelgat uit. Goedertierenheid is een vloek.

B-De hele dag loopt zo’n Martin Luther King-figuur je aan je kop te zeiken!

T-Maar uiteindelijk zijn we allemaal alleen, dat staat vast, dat zeggen ze…

B-En die Gandhi dan!

T-Waarom niet inderdaad? Ook die gammele zak botten! Saai en doods.

B-Ascetische opblaaspop! Afvoerputje van het ideologisch riool! Continue reading

Dada en het mysterie van de tweedehands revolutie

Een aantal mensen in ons gezelschap weet eigenlijk niet zo goed wat Dada is als we het Cabaret Voltaire in Zürich binnenlopen. Eerlijk gezegd kost het me moeite om het uit te leggen. Wat was dat dan, Dada? Een kunststroming die wilde afrekenen met de kunst. Met de kunst zoals die tot dan toe een vrij zorgeloos bestaan had kunnen lijden in de Westerse cultuur. Die gezapigheid moest kapot worden geëxperimenteerd. Dat niet iedereen dat weet maakt verder niet uit natuurlijk, alleen begin ik me ergens toch af te vragen hoe belangrijk kunst, of anti-kunst, nu werkelijk is. “Dada was heel belangrijk hoor!”, hoor ik mezelf roepen. “Het was het begin van de postmoderne kunst!”. Continue reading

Lof der onbegrip

Als we bij elke grote gebeurtenis terug blijven grijpen naar historische analogieën voor duiding – als houvast – dreigt Hegels adagium “Het enige dat we leren van de geschiedenis is dat we niets leren van de geschiedenis” inderdaad bewaarheid te worden.

De revolte in de Arabische wereld wordt te pas en te onpas vergeleken met de serie revoluties die eind jaren tachtig, begin jaren negentig een einde maakte aan het communisme in Europa. Maar begrijpen we hierdoor de situatie in Egypte, Libië of Jemen beter? Los van het feit dat de vergelijking op de meeste plaatsen gewoon mank gaat is het de vraag of de duiding van de huidige opstanden ook maar iets geholpen is met een nieuwe wanhopige poging tot historische gelijkstelling. Continue reading

Uitverkoop in Europa

De Franse president Sarkozy was vorige week tijdens een vraaggesprek op de Franse televisie de derde grote Europese leider in korte tijd die het multiculturele project afviel. Het concept heeft gefaald, zei hij. Binnen een samenleving kunnen volgens Sarkozy verschillende gemeenschappen niet naast elkaar bestaan. “Als je je vestigt in Frankrijk, accepteer je dat je opgaat in één enkele gemeenschap, en dat is de nationale gemeenschap.” In omgekeerde richting wil Sarkozy: van de zwaar bevochten Gesellschaft terug naar de ‘natuurlijke’  Gemeinschaft. Continue reading

Klein rationeel sterfelijk mens

Wat hebben die oude Duitsers ons nog te zeggen? Vragen of Dialektik der Aufklärung nog relevant is in onze tijd, is vragen of deproblemen die in het boek door de twee bannelingen aan de orde wordengesteld zijn ‘opgelost’. Dit staat mijns inziens los van een eventuele instemming met de manier waarop Horkheimer en Adorno de moderne wereld analyseren; een waarheid wordt in het werk namelijk niet verkondigd, althans geen waarheid in traditionele zin. Er is wel een waarheid, natuurlijk, maar die wordt niet uitgesproken. Er wordt omheen gedraaid, er wordt steeds verwezen naar een plek waar de waarheid ‘huist’, maar het wordt nooit benoemd. Zodra het een naam krijgt, treed het verval in. Vandaar ook bijvoorbeeld het verbod binnen het Joodse geloof op het uitspreken van de naam van God: “In the Jewish religion (…) the link between name and essence is still acknowledged in the prohibition on uttering the name of God”.[1] In het Herbreeuws, de taal van de Joodse religie, is de naam van iets ook gelijk de essentie, terwijl bij de meeste andere talen de relatie tussen naam en object op louter conventie berust. De auteurs lijken in de passages aan het begin van het boek een lans te breken voor een herwaardering van deze ‘naamloosheid’ van het ware. Taal is het vangnet waar het absolute in verstrikt raakt, en waar het schadeloos gesteld wordt. In de handen van de taal sterft de essentie van dat wat het poogt te beschrijven: de “link between name and essence” is fragiel, zeer fragiel.

Maar zoals Terry Eagleton schrijft in een hoofdstuk over Adorno: “It would be a grim prospect if the concept of liberty or equality really was identical with the poor travesty of it we observe around us”.[2] Het concept vrijheid is dus nooit identitiek aan enige verwerkelijking ervan, maar het concept nodigt ons wel uit om te streven naar de verwerkelijking ervan. ‘Vrijheid’ staat ons dan als ideaalbeeld voor ogen, en onze taak is het die vrijheid tot volle wasdom te laten komen. Continue reading